Vanaf 1 oktober 2026 is Nancy Kerstens officieel de nieuwe directeur van Expertisecentrum Kinderopvang. Wie is zij? Wat zijn haar ambities? In dit interview stelt ze zich voor.
Nancy volgt Yvette Vervoort op, die het Expertisecentrum heeft opgericht. Beiden nemen de tijd voor een soepele overdracht.
Allereerst: gefeliciteerd!
Nancy: "Dankjewel! Ik heb er heel veel zin in."
Waarom besloot je te solliciteren?
‘Eigenlijk komt in deze functie alles samen: waar ik voor sta én waar ik voor wil gaan. Ik wil een positieve impact hebben op de kwaliteit van de kinderopvang, in dienst van de wereldburger van de toekomst. Dat kan hier. Ik mag nu meehelpen om alle wetenschappelijke kennis te vertalen naar de praktijk. Dat boort mijn creativiteit aan. Pedagogisch professionals en pedagogisch coaches hebben het natuurlijk al erg druk, en toch willen we ze bereiken. Dat zie ik als een heel leuke uitdaging.’
Kun je iets over je achtergrond vertellen?
‘Ik ben ooit begonnen als communicatiespecialist. Daarna heb ik als consultant en zelfstandig ondernemer in de organisatieontwikkeling gewerkt, als leidinggevende in het onderwijs, en toen kwam de kinderopvang op mijn pad. Ik was al geïnteresseerd geraakt in de ontwikkeling van het kind toen ik zelf kinderen kreeg. Hé, dacht ik voortdurend, wat gebeurt hier nu eigenlijk allemaal? Na verschillende functies bij kinderopvangorganisatie Kanteel werd ik uiteindelijk regiodirecteur bij Spring kinderopvang. En nu ben ik hier.’

Je had het over de wereldburger van de toekomst. Wat bedoel je daarmee?
‘Ik heb twee pubers thuis. Mijn zoon is soms nogal makkelijk. Dan zegt hij, met een knipoog: dat moet jij voor mij doen, want jij bent mijn ouder. En dan zeg ik: nee vriend, ik ben er om van jou een fatsoenlijke burger te maken, niet om je rommel op te ruimen. We willen kinderen voorbereiden op de toekomst. In de kinderopvang komt dat bijvoorbeeld veel terug in sociale interactie. Dat kinderen op elkaar moeten wachten, dat ze dat moeten leren verdragen. Dat ze ruzie kunnen maken. Dat zijn allemaal competenties die je als wereldburger nodig hebt. Maar het zit hem ook in andere dingen. Zoals kinderopvangorganisaties die zich hard maken voor natuur en beweging, als tegenhanger van de digitalisering. Ook daarmee lever je een mooie bijdrage aan burgerschap.’
Je werkt nu tijdelijk samen met Yvette. Hoe gaat dat in z’n werk?
‘Eigenlijk ben ik het type dat graag in het diepe wordt gegooid. Maar Yvette heeft natuurlijk ontzettend veel kennis en ervaring als grondlegger. Het is voor niemand wenselijk als dat verloren gaat. Daarom loopt zij in oktober nog twee dagen per week met mij mee, dat is superfijn. Ook kan ze me zo aan de juiste mensen en samenwerkende partijen verbinden. We kijken per maand wat er nodig is. We nemen de tijd.’
Waar heb je het meest zin in?
‘In alles eigenlijk. Ik ben echt een spons in het begin. Ik wil het Expertisecentrum en alle mensen en partijen daaromheen leren kennen. Ik ben me ervan bewust dat ik op de schouders van anderen sta. Dus ik ga niet als een dolle direct van alles veranderen. Ik wil heel goed kijken wat gewoon prima werkt, en waar nog verbetering mogelijk is. Daarna ga ik pas bouwen. Er liggen nog zóveel kansen voor het Expertisecentrum.’
Wat zie je als de grootste uitdaging?
‘Een mogelijke bedreiging voor het Expertisecentrum is AI. Door AI denkt iedereen beschikking te hebben over kennis, terwijl die lang niet altijd betrouwbaar is. We zijn niet allemaal even kritisch op de bronnen die we gebruiken. En AI zit er vaak genoeg naast. Daar ligt dus een spanningsveld: tussen wetenschappelijke kennis, het beleid van een organisatie en wat een chatbot aanbiedt – en wat een professional misschien te snel voor waar aanneemt. Het Expertisecentrum levert juist die betrouwbare en gevalideerde kennis. Dus moeten we die op zo’n manier vertalen dat iedereen – professionals, pedagogisch coaches, leidinggevenden, ouders – die kennis zo makkelijk mogelijk kan toepassen in de praktijk.’
Pedagogisch professionals krijgen al veel op hun bord. Hoe voorkom je dat het Expertisecentrum als extra werk aanvoelt?
‘Dat is inderdaad een heel belangrijk punt. In het onderwijs hebben ze studiedagen, in de kinderopvang bijna niet. Er is dus weinig ruimte om te leren. En je kunt je tijd maar één keer besteden. Ik heb onlangs meegekeken bij de opname van een webinar van het Expertisecentrum over executieve functies. Aan het eind zei Yvette heel nadrukkelijk: ‘Dit is niet iets wat jullie erbij moeten doen, dit is iets wat jullie al dóén. Wij willen jullie daar alleen heel graag bewust van maken, zodat je kunt kiezen hoe je handelt.’ Dat is al een deel van het antwoord op je vraag. Daarnaast denk ik dat het helpt om kennis compact te houden. Dus niet alleen lappen tekst, maar ook plaatjes en korte fragmenten. Mijn zoon van achttien volgt bijvoorbeeld heus wel het nieuws, maar hij gaat niet met mij het NOS Journaal zitten kijken. Hij ziet explainervideo’s op sociale media. Yvette noemt dat ‘learning bites’. De bestede aandacht moet iets concreets opleveren. Dan voelt het niet als extra werk, maar als iets wat ontlast en verlicht.’
Hoe staat het er momenteel voor in de kinderopvang, volgens jou?
‘Ik zie dat we steeds minder bescheiden worden. Op de goede manier. Vroeger, en nog steeds wel een beetje, had de kinderopvang een beetje een Calimero-positie, zeker ten opzichte van het onderwijs. Sommige ouders of grootouders vinden het nog altijd zielig om een kind naar het kinderdagverblijf te brengen. Inmiddels weten steeds meer mensen dat kinderen hier van alles spelenderwijs leren. Ze leren dingen die hun ouders ze amper kunnen bijbrengen, vanwege het socialisatieproces en het groepsproces eromheen. Het is een ontwikkelplek. Die verschuiving van verzorging naar helpen ontwikkelen heb ik echt zien gebeuren. En maar goed ook, want kinderen hebben recht op onze hoge ambities. We moeten de kwaliteit blijven verbeteren.’